Home Veelgestelde vragen over de vennootschapsbelasting
Veelgestelde vragen over de vennootschapsbelasting
De vragen die dga's in de praktijk het vaakst stellen. Algemene informatie: voor uw eigen situatie is altijd een beoordeling van de feiten nodig.
Vennootschapsbelasting
Welk tarief betaalt mijn bv?
De vennootschapsbelasting kent twee schijven (art. 22 Wet VPB 1969). Over de winst tot € 200.000 geldt het opstaptarief van 19%; over het meerdere het reguliere tarief van 25,8%. Dit zijn de tarieven voor 2026; de schijfgrens en de percentages zijn de afgelopen jaren meermaals gewijzigd, dus reken niet met cijfers uit een oud memo.
Wat is het gebruikelijk loon?
Als dga werkt u voor uw eigen bv, en de wet wil niet dat u zichzelf te weinig betaalt om belasting te besparen (art. 12a Wet LB 1964). Uw loon moet daarom ten minste gelijk zijn aan het hoogste van drie maatstaven: het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, het loon van de meestverdienende werknemer in uw bv, of een wettelijk normbedrag dat jaarlijks wordt vastgesteld. Lager mag alleen als u aannemelijk maakt dat een lager loon zakelijk is. Dit is het punt waar de Belastingdienst bij een bv als eerste naar kijkt.
Salaris of dividend: wat is voordeliger?
Salaris is aftrekbaar in de bv maar belast in box 1 tegen het progressieve tarief, met loonheffing en premies. Dividend is niet aftrekbaar, want er is al vennootschapsbelasting over betaald, en wordt daarna belast in box 2. Wat per saldo gunstiger is hangt af van uw winstniveau, van het gebruikelijk loon dat u sowieso moet nemen en van wat u in de bv wilt laten staan. Het is een rekensom per situatie, geen vuistregel.
Wat gebeurt er met een verlies?
Een verlies kunt u één jaar terugwentelen naar het voorgaande boekjaar en daarna onbeperkt vooruit verrekenen met toekomstige winsten. Wel geldt boven een drempelbedrag een beperking: van de winst boven die drempel mag per jaar maar een deel met oude verliezen worden verrekend. Voor de meeste kleinere bv's speelt die beperking niet, maar het verlies moet wel formeel bij beschikking zijn vastgesteld, anders staat u later met lege handen.
Wanneer moet de aangifte binnen zijn?
De aangifte vennootschapsbelasting moet in beginsel binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar zijn ingediend. Bij een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar is dat dus vóór 1 juni. Via een adviseur kan uitstel worden aangevraagd. Los daarvan geldt de deponeringsplicht bij de Kamer van Koophandel voor de jaarrekening. Dat is een aparte termijn en een aparte sanctie, met gevolgen voor uw bestuurdersaansprakelijkheid.
Is een fiscale eenheid iets voor mij?
Bij een fiscale eenheid worden meerdere vennootschappen voor de vennootschapsbelasting als één belastingplichtige gezien. Voordeel: winsten en verliezen van de vennootschappen worden gesaldeerd en onderlinge transacties blijven fiscaal onzichtbaar. Nadeel: het opstaptarief van 19% geldt maar één keer voor de hele eenheid in plaats van per vennootschap, en de vennootschappen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschuld. Of het loont hangt af van de verhouding tussen de resultaten.
Zit uw vraag over de bv er niet bij?
Leg de situatie kort voor. U krijgt binnen één werkdag antwoord, met een inschatting van wat er nodig is en wat het kost.