Home Buitenlandse ondernemingen Verrekenprijzen voor een Nederlandse dochter
Verrekenprijzen voor een Nederlandse dochter
Alles wat uw Nederlandse bv en een andere groepsmaatschappij elkaar in rekening brengen, moet geprijsd zijn zoals tussen onafhankelijke partijen, en de bv moet kunnen laten zien hoe die prijs tot stand kwam. Dat geldt voor elke groep, groot of klein.
Een verrekenprijsmemo met een intercompany-overeenkomst
Voor één soort transactie binnen de groep: de feiten, de methode, de berekening en een overeenkomst die klaar is om te tekenen.
De regel: prijzen zoals tussen onafhankelijke partijen
Neemt een vennootschap deel aan de leiding van, het toezicht op of het kapitaal van een andere, dan wordt hun winst bepaald alsof zij de voorwaarden hadden afgesproken die onafhankelijke partijen zouden afspreken (artikel 8b Wet Vpb 1969). Dat geldt ook tussen zustermaatschappijen. Is een prijs niet zakelijk, dan corrigeert de Belastingdienst de Nederlandse winst.
Sinds 2022 accepteert Nederland een verlaging van de Nederlandse winst, bijvoorbeeld een aftrek voor een dienst waarvoor de groep te weinig rekende, alleen als de bv aannemelijk maakt dat de andere groepsmaatschappij het overeenkomstige bedrag in een winstbelasting betrekt (artikelen 8ba en 8bb).
Wat elke bv moet vastleggen
Uit de administratie van de bv moet blijken hoe de verrekenprijzen tot stand kwamen, en moet zijn af te leiden of onafhankelijke partijen ze ook zo zouden afspreken. Er geldt geen drempel en geen voorgeschreven vorm. Grote of bijzondere transacties vragen meer onderbouwing dan kleine, gewone. De vastlegging hoort er te zijn vanaf het moment van de transactie, niet pas als de Belastingdienst erom vraagt.
Groepsdossier en lokaal dossier: pas vanaf € 50 miljoen
Een Nederlandse groepsmaatschappij neemt een groepsdossier (master file) en een lokaal dossier (local file) op in haar administratie als de geconsolideerde groepsopbrengst in het voorafgaande jaar ten minste € 50 miljoen was. Ze moeten er zijn binnen de termijn voor de aangifte vennootschapsbelasting, en mogen in het Nederlands of het Engels. Een landenrapport geldt vanaf € 750 miljoen. Onder € 50 miljoen geldt de algemene vastleggingsplicht hierboven.
Management fees en diensten van de moeder
- De moeder mag de bv diensten in rekening brengen waar de bv voordeel van heeft, tegen een zakelijke prijs
- Aandeelhoudersactiviteiten mogen niet worden doorbelast, zoals de eigen consolidatie van de moeder en haar rapportage aan haar aandeelhouders. Die kosten blijven bij de moeder
- Laagwaardige ondersteunende diensten, zoals personeelszaken, een IT-helpdesk of ondersteuning bij de boekhouding, mogen tegen kosten plus 5% worden doorbelast, verdeeld met een passende verdeelsleutel. De Belastingdienst accepteert die vereenvoudigde methode zonder vergelijkingsonderzoek, mits zij is gedocumenteerd
- De vereenvoudigde methode geldt niet voor diensten die tot de kernactiviteit van de groep horen of daar meer dan marginaal waarde aan toevoegen
Leningen binnen de groep en bronbelasting
De rente op een lening van de groep moet zakelijk zijn. Daarnaast trekt de bv haar saldo aan rente af tot het hoogste van 24,5% van haar gecorrigeerde winst (ebitda) en € 1 miljoen (artikel 15b). Over rente en royalty's aan een groepsmaatschappij in een laagbelastende staat kan Nederlandse conditionele bronbelasting van 25,8% verschuldigd zijn.
Btw op intercompany-facturen
Brengt een groepsmaatschappij in het buitenland diensten in rekening bij de Nederlandse bv, dan geeft de bv de Nederlandse btw aan in haar eigen aangifte en trekt zij die in dezelfde aangifte af, voor zover zij belaste prestaties verricht. Brengt de bv een groepsmaatschappij in een ander EU-land iets in rekening, dan rekent zij geen Nederlandse btw en vermeldt zij de dienst in de opgaaf ICP.
Wat wij verder doen voor buitenlandse groepen en hun Nederlandse vennootschappen, staat op btw in Nederland voor buitenlandse ondernemingen.
Hoe wij de Nederlandse btw voor een groep met meerdere entiteiten verzorgen, leest u op btw-compliance voor internationale groepen.
Voorbeeld
Een Amerikaanse moeder verleent haar groep ondersteuning bij personeelszaken, een IT-helpdesk en de boekhouding. Het ondersteunende team kost € 400.000 per jaar. De Nederlandse bv heeft 10% van de werknemers van de groep, dus het aantal werknemers is de verdeelsleutel.
- Aandeel van de Nederlandse bv: 10% van € 400.000 = € 40.000
- Opslag van 5%: € 2.000
- Jaarlijkse doorbelasting aan de bv: € 42.000, aftrekbaar voor de vennootschapsbelasting
- Btw: de bv geeft 21% Nederlandse btw van € 8.820 aan en trekt die in dezelfde aangifte af als zij alleen belaste prestaties verricht
- De kosten van de eigen consolidatie en de rapportage aan beleggers van de moeder zitten niet in de kostenpool
Dit is een rekenvoorbeeld, geen klantcase. Of een dienst laagwaardig ondersteunend is, hangt af van wat het team werkelijk doet.
Wat wij doen
Wij leggen de feiten vast, de functies, middelen en risico's van elke partij, kiezen de methode en berekenen de prijs, met een afrekening na het jaareinde. U krijgt de memo en een intercompany-overeenkomst in het Engels, klaar om te tekenen, en wij controleren of de facturen en de btw daarbij aansluiten. € 995 eenmalig voor één soort transactie, € 295 voor elke extra soort, en € 245 per jaar om de memo bij te werken. Alle bedragen excl. btw.
Niet inbegrepen: een vergelijkingsonderzoek uit commerciële databases, een groepsdossier, lokaal dossier of landenrapport, en vooroverleg over verrekenprijzen (APA). Is daar in uw situatie een van nodig, dan zeggen wij dat voordat wij beginnen.
Veelgestelde vragen
Moet een kleine Nederlandse bv haar verrekenprijzen vastleggen?
Ja. Elke bv met transacties binnen de groep legt vast hoe haar prijzen tot stand kwamen. Het formele groepsdossier en lokaal dossier gelden pas vanaf € 50 miljoen geconsolideerde groepsopbrengst.
Mag de moeder de Nederlandse bv een management fee in rekening brengen?
Ja, voor diensten waar de bv voordeel van heeft, tegen een zakelijke prijs. Aandeelhoudersactiviteiten, zoals de eigen consolidatie van de moeder, mogen niet worden doorbelast.
Wordt een opslag van 5% altijd geaccepteerd?
Nee. Alleen voor laagwaardige ondersteunende diensten volgens de vereenvoudigde methode, met de documentatie die daarbij hoort. Diensten in de kernactiviteit van de groep vragen een eigen analyse.
Hoe wordt een zakelijke verrekenprijs bepaald?
Meestal met de methoden uit de OESO-richtlijnen, zoals vergelijking met prijzen tussen onafhankelijke partijen, de wederverkoopprijs min een marge, of de kostprijs plus een opslag. Vaak is er niet één juiste prijs: een zakelijke prijs ligt binnen een marge, en alleen een prijs daarbuiten is voor de inspecteur aanleiding om te corrigeren.
Kan ik vooraf zekerheid krijgen over mijn verrekenprijzen?
Ja, met een Advance Pricing Agreement (APA). Die vraagt u aan bij het Behandelteam Internationale Fiscale Zekerheid van de Belastingdienst. Van elke afgegeven ruling wordt een samenvatting zonder namen gepubliceerd.
Wat als Nederland en het andere land de prijs verschillend beoordelen?
Dan kan dubbele belasting ontstaan. Om dat op te lossen bestaan de overlegprocedure uit de meeste belastingverdragen, het Europese Arbitrageverdrag en de Wet fiscale arbitrage.
Facturen tussen uw Nederlandse bv en de groep? Vertel wat er wordt doorbelast en door wie.
Vertel kort wat er speelt. Binnen één werkdag hoort u wat wij voor u kunnen doen en wat het kost, voordat wij beginnen.
Liever meteen overleggen? Bel direct